| Suikers en Vetten |
|
De glycemische index van koolhydraten
De glycemische index van een koolhydraat is een getal wat aangeeft hoe sterk de glucosespiegel in het bloed omhoog gaat na het eten van een voedingsmiddel.
Koolhydraten die snel afgebroken worden tijdens de vertering hebben doorgaans de hoogste glycemische index. (Hoge GI)
Koolhydraten (zetmeel en suikers) worden dan ook verdeeld over 2 categorieën:
Enkelvoudige koolhydraten
Deze worden razendsnel opgenomen door het lichaam en geven een onmiddellijke energie ‘boost’. Maar net zo snel als ze opgenomen worden, zijn ze weer uitgewerkt, wat een slap en lusteloos gevoel tot gevolg heeft.
Voedingstoffen met een hoge GI zijn onder andere: suikers, frisdrank, fast food, snoep,…
Samengestelde koolhydraten
Deze koolhydraten worden geleidelijk in het bloed opgenomen, en hebben dus weinig effect op de suikerspiegel. Het gevolg is dat er veel minder insuline aangemaakt moet worden. Het risico op een overschot aan insuline (dat opgeslagen wordt als lichaamsvet) is miniem. Bovendien heb je gedurende de volledige dag genoeg energie en krijg je niet te maken met schommelingen in je suikerspiegel.
Voedingstoffen met een lage GI zijn o.a. fruit, groenten, granen, yoghurt,…
VET – Een geconcetreerde bron van energie
Vet heeft de laatste jaren te kampen met een hele slechte reputatie. Het maakt je dik en het is niet gezond.
Juist, verzadigd vet is slecht voor de gezondheid. Je bloedvaten slibben dicht en dan kan je een beroerte of een hartinfarct krijgen.
MAAR…
Vetten zijn ook een belangrijke energiebron voor het lichaam. Vetten bevatten ook onmisbare vetzuren die van belang zijn voor het in stand houden van lichaamsfuncties. Vet levert de zogenaamde essentiële vetzuren, nodig voor de celwanden en het immuunsysteem. Vetweefsel in het lichaam beschermt de organen en biedt isolatie tegen kou én vet is ook een drager van vitamine A en D.
Dus, de conclusie is, dat ‘goede’ vetten absoluut ‘goed’ zijn voor het lichaam.
Onverzadigde vetten hebben (meestal) de eigenschap dat ze het cholesterolgehalte van het bloed kunnen verlagen. Hierdoor wordt de kans op hart- en vaatziekten kleiner.
Tip om verzadigde (slechte) en onverzadigde (goede) vetten te onderscheiden:
Verzadigde vetten stollen doorgaans bij kamertemperatuur, terwijl de onverzadigde vetten vloeibaar blijven bij kamertemperatuur. |

> Suikers en vetten 



